De Geuzen, die sinds de komst van Alva de zee op waren gegaan, verbleven met enkele schepen in de haven van Dover, waar zij eten konden krijgen en/of handelen, tot koningin Elizabeth hen in het voorjaar van 1572 beval te vertrekken.
Door de wind kwam de geuzenvloot voor de Hollandse kust terecht, bij het plaatsje Den Briel. Het Spaanse garnizoen dat er normaal verbleef, was op dat moment afwezig en er was slechts een kleine groep Spaanse soldaten overgebleven. Een veerman, Jan Koppestok, zag de geuzenvloot en roeide naar de schepen toe. Op de vraag van de geuzen of er veel Spanjaarden in het stadje waren, antwoordde deze dat men ze makkelijk aan zou kunnen.
bron: wikipedia via @meesterhenkvink